ALGEMENE INFORMATIE BETREFFENDE SCHNAUZERS

 

Nergens in de literatuur staat beschreven hoe de schnauzer aan zijn naam komt. Waarschijnlijk hangt die samen met de karakteristieke snor van deze honden, die in het Duits Schnauz genoemd wordt. De schnauzer komt voor in drie verschillende typen. Ze worden elk tot een afzonderlijk ras gerekend. de riesenschnauzer, de middenslag schnauzer en de dwergschnauzer. Alle drie hebben ze een prachtige snor en baard en enorme wenkbrauwen. Schnauzer zijn nog steeds robuuste oerhonden met een eigen wil, hoewel ze de laatste honderd jaar een grote ontwikkeling hebben doorgemaakt: van stalhond en veedrijver tot gezinshond. 

 

GESCHIEDENIS

 

In 1954 vond er in het Juragebergte in Zwitserland een aardverschuiving plaats. Daardoor kwamen resten bloot te liggen van paaldorpen uit het stenen tijdperk. Bij deze nederzettingen vond men ook schedels van honden. De structuur van deze schedels doet vermoeden dat deze honden als de allervroegste "voorouders"van de schnauzer beschouwd kunnen worden.

Met de opkomst van de moderne kynologie (eind negentiende eeuw) kwamen honden die al eeuwenlangs als gebruikshonden gehouden werden pas echt in de belangstelling te staan. Zo ging het ook met de schnauzer. In het zuiden van Duitsland en in Tirol leefde een hondenras dat met veel verschillenden namen werd omschreven: Rattler, Rattenfanger, Rauhaariger Pinscher, Saubeller, Muchener Schauzer, enzovoort. Deze honden waren uitstekende rattenvangers en werden gehouden door mensen die met paardenspannen hun brood moesten verdienen (boeren, koetsiers, bierbrouwers). De honden hielden de stallen vrij van ongedierte en konden kilometers lang met de paarden meerennen. 

In 1834 beschrijft L. Reichenbach voor het eerst de Glatten Pinscher en de Rauhen Pinscher (schnauzers werden aanvankelijk pinschers genoemd). In 1876 werd op de tentoonstelling in hamburg de eerste schauzer ingeschreven. Drie jaar later werd de eerste prijs op de internationale tentoonstelling van Hannover gewonnen door een hond met de eigennaam :Schnauzer"Vanaf dat moment gingen Duitse fokkers zich toeleggen op het opbouwern van het ras. In 1893 werd de eerste rauhaarige Pinscher voor Nederlandse tentoonstelling ingeschreven. 

De schnauzer zat duidelijk :in de lift:. In 1895 werd dan ook de Duitse Pinscher Klub opgericht. het streven van deze eerste rasvereniging was om de Pinchersoorten te verbeteren en homogener te maken. Het fokken moest volgens bepaalde richtlijnen gebeuren: raskenmerken (bouw, beharing, leur) werden vastgelegd. Het eerste Pinscher Zuchtbuch (stamboek) verscheen in december 1902. Daarin werden allee nog maar de gewone (middenslag) schnauzers vermeld. In 1908 werd voor het eerst de Muchener Schnauzer geregistreerd. Dit was de voorloper van de Riesenschnauzer. Enkele jaren later wordt de benaming "Rauhaarige Pinscher"definitief vervangen door Schnauzer. De naam Pinscher stamt uit het Engels (to pintch betekent grijpen) en duidt op de grijpbeweging van de voorpoten, waarmee deze honden een rat of muis doden. De naam Schnauzer is afkomstig van het Duitse woord Schnauz, dat :gezicht met snor en baard"betekent. In het vervolg werden alleen nog de gladharige honden "Pinscher"genoemd (doberman pinscher)., In 19321 gingen beide soorten samen in de pinscher-Schnauzer Klub. Ook in diverse andere landen(zoals België) zijn pinchers en shnauzer in een rasvereniging ondergebracht. 

 

Naarmate steeds meer fokker tussen 1895 en 1920 geïnteresseerd raakten in dit type honden, begon met ook met het creëren van een kleiner slag: de dwergschnauzer werd een feit. De populariteit van de Schnauzers overschreed al snel de grenzen van Duitsland. In 1922 werd de Nederlandse Schnauzer Club (NSC) opgericht.

 

De rol van de schnauzers in de samenleving is de afgelopen eeuw danig veranderd. Vroeger werden ze meestal in een stal of schuur gehouden en gingen ze helemaal hun eigen gang. Ze hadden dan ook een zelfstandig vastberaden karakter. Het erf werd vrijgehouden van ongedierte en ongewenst bezoek. Heden ten dage zijn de schnauzer nog steeds goede werkhonden, maar worden voor het overgrote deel als gezelschaphond gehouden. Aan deze veranderde positie hebben ze zich in de loop der tijd goed aangepast.

 

 

Dit was deel 1